Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mans-, vrouwen-, jongens- en meisjesbroek, kinderschortje, alle van een eenvoudig model;

b. naknippen van onderkleeding naar gegeven model;

het naaien:

a. uitvoeren der bewerkingen, voorkomende aan de bij het knippen genoemde voorwerpen :

b. inzetten van rechthoekige stukjes in effen, gestreepte, geruite en gebloemde katoenen, linnen en wollen stoffen;

c. maken van duidelijke, eenvoudige letters en cijfers met kruis- en stiksteek;

het breien:

a. breien van eene kous, ook met los voetblad, of sok en van een vrou wen borstrok;

b. inbreien van een hiel met kleinen hiel, van eene zool en van rechthoekige stukjes;

c. uit het hoofd breien van den gewonen patentsteek en van twee open werkjes en twee kantjes ter keuze van de adspirant;

het stoppen:

a. het stoppen van breiwerk;

b. stoppen van een gaatje in gewoon en gekeperd linnen, met linnen- en keperstop; en van eene rechte scheur, schuine insnijding en winkelhaak met linnenstop;

het mazen:

mazen van breiwerk met rechte en averechte steken, van opzet- en af kantsteken, minderingen en meerderingen, teen, grooten en kleinen hiel;

het teekenen op het bord:

eenvoudig teekenen op het bord, maar alleen van hetgeen strikt noodig is bij het klassikaal onderwijs in de nuttige handwerken voor meisjes aan leerlingen van eene lagere school.

Juiste denkbeelden omtrent het geven van grondig, ook klassikaal, onderwijs in de nuttige handwerken voor meisjes. (I)

(I) Dit programma is aldus uader vastgesteld bij besluit van 17 April 1899, S. 108.

Sluiten