Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

artikelen 5, eerste lid, 7, vijfde lid, eu 23, die tot 1 Januari 1892 van kracht blijven, met dien verstande evenwel, dat de adspiranten die aan het in artikel 28 bedoelde examen in 1891 wenschen deel te nemen , op 1 April daaraan voorafgaande hun 15de jaar moeten zijn ingetreden.

De Minister van Binnenlandsche Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Het Loo, den 21 sten Mei 1891.

{get.) EMMA.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, {get.) de Savornin Lohman.

(TJitgeg. 27 Mei 1891.)

REGELEN voor de Rijkskweekscholen voor de onderwijzers en onderwijzeressen, bedoeld in art. 24 der wet van 17 Augustus 1878 (Staatsblad n°. 127), zooals die laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 8 December 1889 (Staatsblad n°. 175).

§ 1. Algemeene bepalingen.

Art. 1. Er zijn kweekscholen voor onderwijzers en voor onderwijzeressen.

2. De kweekscholen hebben een vierjarigen cursus en vier klassen.

In elke klasse zijn, zooveel mogelijk, twintig kweekelingen.

3. Bij iedere kweekschool is eene lagere school, leerschool genaamd, waar de kweekelingen zich in het onderwijzen kunnen oefenen.

Voor zoover daartoe de gelegenheid bestaat, kan de oefening, onder goedkeuring van den districts-schoolopziener, bovendien ook plaats hebben aan andere scholen, door den directeur of de directrice daarvoor aangewezen.

4. De mannelijke kweekelingen worden gehuisvest en verpleegd bij ingezetenen der gemeente waar de kweekschool gevestigd is; de vrouwelijke kweekelingen wonen zooveel mogelijk in het gebouw der kweekschool.

Sluiten