Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teur; voor eene afwezigheid van vier tot zes dagen, die van den districts-schoolopziener; voor eene langere afwezigheid, die van voornoemden Minister.

De laatste twee bepalingen gelden ook voor den directeur.

13 Bij afwezigheid of ontstentenis van een onderwijzer nemen ile overige , volgens aanwijzing van den directeur , zooveel mogelijk de lessen waar.

14. Eene vergadering van directeur en onderwijzers heeft plaats, zoo dikwijls de directeur dit bepaalt of hiertoe door ten minste drie onderwijzers schriftelijk, met opgaaf van redenen , wordt uitgenoodigd.

15. De vergadering van directeur en onderwijzers benoemt voor elk schooljaar een der leden tot secretaris.

16. In de tweede helft der maand December van elk jaar wordt in eene vergadering van directeur en onderwijzers het programma voor het volgend schooljaar opgemaakt. De directeur zendt het vóór 15 Januari daaraanvolgende aan den districts-schoolopziener, die het, onder bijvoeging van zijne op- of aanmerkingen, vóór I Februari aau de goedkeuring van den voornoemden Minister onderwerpt.

Dit programma vermeldt het aantal uren wekelijks voor elk vak bestemd, de namen deionderwijzers voor elk vak in elke klasse, de te gebruiken boeken en den omvang van het onderwijs in de verschillende vakken in elke klasse.

De rooster van lesuren wordt door den directeur overeenkomstig het programma vastgesteld.

17. De zorg voor de leermiddelen is, ouder toezicht van den directeur, opgedragen aan den onderwijzer, die ze bij zijne lessen gebruikt.

Geene aankoopen of bestellingen geschieden dan door den directeur of met zijne toestemming.

18. Jaarlijks vóór 1 Mei wordt door den directeur eene begrooting van kosten der inrichting gedurende het volgend burgerlijk jaar opgemaakt en aan den districts-schoolopziener gezonden, die ze vóór 15 Mei, onder bijvoeging van zijne op- of aanmerkingen, aan de goedkeuringvan den voornoemden Minister onderwerpt.

Sluiten