Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige buitenlandsche voor zoover zij hier te lande voor de fokkerij worden gebezigd.

Veevoeding. Kennis van de voornaamste voedermiddelen, de toebereiding daarvan en de samenstelling van voederrantsoenen. (1)

Bekendheid met de hoofdzaken der zuivelbereiding.

Kennis van de samenstelling en van de physische eigenschappen der melk en van de invloeden, waarvan hoeveelheid en hoedanigheid afhankelijk zijn;

verschillende stelsels van afrooming en hunne beteekenis voor de practijk; het zuren vau melk en room , karnen en boterbereiding; hoofdzaken der kaasmakerij.

De candidaten zullen blijk moeten geven een duidelijk overzicht te bezitten van de wijze van zuivelbereiding in hunne omgeving.

II. DE BEGINSELEN DER TUINBOUWKUNDE.

De vereischten zijn:

Kennis van scheikunde en van natuurkunde, met name van die onderdeelen van beide wetenschappen , die voor den tuinbouw van belang moeten worden geacht.

Algemeene kennis vau den bouw en het leven der planten. Kennis van de voornaamste cultuurgewassen uit een botanisch oogpunt en vau hunne plaats in het systeem.

Bekendheid met eenige der voornaamste voor den tuinbouw nuttige en schadelijke dieren, en plantenziekten.

Bekendheid met de eigenschappen van den grond en de meest belangrijke methoden van grondbewerking en van grondverbetering; met de hoofdpunten van de leer der bemesting.

Bekendheid met de hoofdpunten van den eigenlijken tuinbouw voor zoover betreft:

a. warmoezerij:

de teelt van groenten in den vollen grond. Vervroegen ;

(1) Met deze alinea is het programma aangevuld bij besluit van 8 Juni 1900, S. 105, onder bepaling, dat de wijziging voor het eerst zal worden toegepast bij het in 1901 te houden examen.

Sluiten