Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het lager onderwijs is belast, alsmede aan den inspecteur van het lager onderwijs, bij dekennisgeving van het besluit bedoeld in artikel d4bis,

zevende lid.

13. Nadat de termijn van dertig vrije dagen, bij artikel 54 bis gesteld, is verstreken, zonder dat van de beslissing van Gedeputeerde Staten op de aanvrage van het bestuur om Kijksbijdragen krachtens evengemeld wetsartikel bij Ons in beroep Is gekomen, wordt door Onzen Minister met de uitvoering der wet tot regeling van het lager onderwijs belast, de uitkeering bepaald van de som, waarop het bestuur volgens die beslissing

aanspraak heeft.

Hetzelfde heeft plaats, bijaldien de beslissing van Gedeputeerde Staten door Ous in beroep wordt gehandhaafd, of bij Ons in beroep genomen besluit Rijksbijdragen aan eene bijzondere lagere school worden toegekend.

14. De opgaven en aanvrage in dit besluit vermeld, worden opgemaakt in den vorm, door Onzen voornoemden Minister te bepalen. (1)

15. Waar dit besluit niet uitdrukkelijk van mannelijke onderwijzers spreekt, worden met „onderwijzers" evenzeer onderwijzeressen bedoeld.

16. De Koninklijke besluiten van 19 Tebruari 1890 (Staatsblad n". 26) en van 30 November 1895 (Staatsblad n°. 184) blijven voor het dienstjaar 1901 van kracht.

Onze Minister van Binnenlandsche Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State en aan de Algemeene Rekenkamer, 's Gravenhage, den 21sten December 1901.

(get.) WILHELMINA.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (,get.) Kuyper.

(üitgeg. 28 Dec. 1901.)

(1) Een en ander is vastgesteld als modellen \—O, met nota van toelichting, bij beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van

11575* i-i A Z.C. 31 December 1901, n . - <^„7 - a^- q

Sluiten