Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

werken ontvangen, terwijl voor de andere scholen het van zelf een verplicht vak is.

Wat het tweede lid van dit artikel, zooals het oorspronkelijk luidde, aangaat, was men in de afdeelingen algemeen van oordeel dat het geoorloofd schoolverzuim eenigszins ruimer behoorde te worden gesteld. Volgens de voorgestelde bepaling zou verzuim voor een geheelen dag niet geoorloofd zijn, vermits een schooldag, behalve des Woensdags en des Zaterdags, gemeenlijk twee schooltijden heeft; men achtte het wenschelijk de kinderen gelegenheid te geven een enkele maal een geheelen dag een uitstapje te maken of een kinderfeestje bij te wonen, waarmede in verband het aantal geoorloofde verzuimen niet per maand, maar per twee of drie maanden of per jaar zou behooren te worden bepaald.

Genoemd tweede lid werd dientengevolge gewijzigd, waardoor — zooals de Minister opmerkte — dus het verzuim geoorloofd is van een schooldag die twee schooltijden heeft.

Het woord „achtereenvolgende", is door den Minister nader in dit lid ingelascht, waarbij werd medegedeeld dat vacantiëu natuurlijk niet medetellen, en valt in de twee maanden eene vacantie, dan mag toch gedurende de schooldagen in die twee maanden een verzuim van twee schooltijden plaats hebben.

In het oorspronkelijk eerste lid van dit artikel kwamen, bij de bepaling van de vakken waarin onderwijs moet worden gegeven voor de woorden: „ten minste" Deze woorden vervielen ter voldoening aan den wensch in het voorloopig verslag geuit. Men drong er later op aan dat die woorden weder zouden worden opgenomen, omdat de weglating tot misverstand zou kunnen aanleiding geven, daar het twijfelachtig kon zijn of eene school, waar ook andere dan de vakken a—h worden onderwezen, als eene lagere school is te beschouwen.

De Minister wenschte echter ze niet weder te herstellen, omdat ze inderdaad overbodig zijn, daar de bepaling dat de vakken a—h moeten worden onderwezen, niet in zich sluit dat geen andere vakken mogen worden onderwezen.

Sluiten