Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrees in de afdeelingen geuit dat de woorden : „in verband met een goeden leergang", aan het slot van dit artikel voorkomende, mede tot misverstand zouden aanleiding geven, werd door den Minister evenmin gedeeld. Ze zijn opgenomen om te gemoet te komen — zegt de Minister — aan de bedenking, dat volgens de letter van het oorspronkelijke artikel geëischt zou kunnen worden, reeds in de laagste klassen alle vakken van het lager onderwijs te onderwijzen. Dergelijke interpretatie is nu uitgesloten.

Een amendement om het tweede lid te doen vervallen, werd na bestrijding door den Minister niet aangenomen. Omtrent datzelfde lid gaf de Minister in de 2e Kamer te kennen, dat men de bepaling zóó moet verstaan, als of er stond: „twee verzuimen per maand en die maand dan uit 60 dagen bestond." De twee achtereenvolgende maanden vormen een afgesloten geheel; zijn de 60 dagen voorbij, dan begint weer een ander tijdvak van 60 dagen.

Art. 3. De verplichting om, voor zoover aan schoolonderwijs de voorkeur gegeven wordt, te zorgen, dat het kind op eene lagere school wordt geplaatst, vangt aan uiterlijk, zoodra het den leeftijd van zeven jaren heeft bereikt.

Deze verplichting eindigt, zoodra het kind zes jaren leerling eener lagere school is geweest en het alle klassen doorloopen heeft, of, voor zoover het onderwijs gegeven wordt in klassen, die samen een langeren leertyd dan zes jaren innemen, zoovele klassen, als samen een leertijd van zes jaren omvatten, met dien verstande, dat in het laatste geval de verplichting niet eindigt, voordat het kind den twaalfjarigen leeftijd bereikt en de klasse, waarin het bij het bereiken van dien leeftijd ge• plaatst was, doorloopen heeft. Een kind, dat bij zyne toelating op de school ter-

Sluiten