Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond in eene hoogere klasse wordt geplaatst, wordt geacht den leertyd, dien de lagere klasse of klassen innemen, doorloopen te hebben.

De verplichting eindigt in ieder geval, indien het kind de klasse heeft doorloopen, waarin het by het bereiken van den dertienjarigen leeftyd was geplaatst.

Dit artikel van liet herziene wetsontwerp — welk artikel, zooals nader wordt vermeld, hij amendement is aangevuld, — is door den Minister als volgt toegelicht: „In plaats van het 13de jaar is in het gewijzigd wetsontwerp niet het 12de jaar als eindpunt van den leerplichtstijd aangenomen, maar als grondslag aangenomen het doorloopen van eenen zesjarigen leercursus. Die geregeld van de eene klasse naar de andere overgaat, zal, als hij op zijn zesde jaar naar school begint te gaan, van leerplicht vrij zijn op 12-jarigen leeftijd. Wordt hij niet geregeld van de eene klasse tot de andere bevorderd, dan zal hij niet vrij zijn van de leerverplichting, voordat hij de hoogste klasse heeft doorgemaakt. Dit laatste echter met eenige reserve. Zeer achterlijke kinderen toch zullen misschien op hun 12de jaar in een der lagere klassen zitten. Van hen te vorderen, dat zij nog in elk geval den zesjarigen leercursus, dus alle klassen, moeten doorloopen, zou onredelijk zijn. Daarom is bepaald dat kinderen, die bij het bereiken van den 13-jarigen leeftijd nog niet alle klassen hebben doorloopen, vrij zijn, zoodra de klasse, waarin zij op hun 13-jarigen leeftijd geplaatst zijn, is afgeloopen. Het kiud dus, dat zes jaar oud, naar school gaat, zal in den regel op twaalfjarigen leeftijd , maar bij onvoldoende vorderingen, toch in elk geval op dertienjarigen leeftijd de school kunnen verlaten".

De memorie van antwoord op het voorloopig verslag bevat o. a. het volgende: „Het komt minder wenschelijk voor ten aanzien van den aanvang der leerverplichting eene soortgelijke regeling te treffen als voor het eindigen. Het

Sluiten