Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens de memorie van antwoord op het voorloopig verslag 2e Kamer strekt dit artikel om geschil te voorkomen omtrent den dag, waarop, in geval aan schoolonderwijs de voorkeur wordt gegeven, de verplichting tot geregeld schoolbezoek aanvangt.

Op de bij het voorloopig verslag 2e Kamer gedane mededeeling dat eenige leden dit artikel onnoodig oordeelden met het oog op art. 7, sub 4 en 5, antwoordde de Minister, bij de memorie van antwoord, dat dit artikel, met het oog op de berekening van het betrekkelijk schoolverzuim door het schooltoezicht en den rechter, moet behouden blijven.

Art. 6. De verplichting, in artikel 1 bedoeld , wordt niet nagekomen:

1°. zoolang het kind, den leeftijd van zeven jaren bereikt hebbende, en nog niet op grond van dertienjarigen leeftijd ingevolge artikel 3, derde lid, buiten de leerverplichting vallende, niet als leerling op eene lagere school is geplaatst, noch huisonderwijs geniet overeenkomstig de regelen der wet; terwijl niet blijkt, noch van het vroeger verstrijken van den leerplichtigen leeftijd ingevolge artikel 3, tweede lid, of artikel 4, tweede lid, noch van eenige wettelijke vrijstelling;

2°. zoo dikwijls het kind, dat als leerling op eene lagere school geplaatst is en nog niet op grond van artikel 3, tweede of derde lid, buiten de leerverplichting valt, die school niet geregeld bezoekt, terwijl niet blij kt van eenige geldige reden van tijdelijk schoolverzuim, noeh dat de voor het nakomen der verplichting aansprakelijke persoon het redelykerwijs mogelijke deed om het schoolverzuim te voorkomen.

Art. 7. Ouders, voogden en andere

Sluiten