Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet ongeregeld maken, bestaat aan grootere vrijgevigheid hier geen behoefte.

"Wanneer de zes weken verlof over kleine tijdvakken worden verdeeld, is zulks niet met de wet in strijd. Het is niet wenschelijk uitdrukkelijk in de wet te bepalen, dat dit wel mag geschieden. Dit zoude kunnen worden opgevat als eene aanmoediging om het verlof over kleinere tijdvakken te verdeelen, terwijl deze handelwijze in het belang van het onderwijs geene aanbeveling verdient.

Bevoegdheid te verleenen tot intrekking der vergunning ook dan, wanneer blijkt dat daarvan geen gebruik wordt gemaakt voor het doel, waarmede zij gegeven werd, ontmoet bezwaar. Dit zoude eene te moeilijke controle vereischen en het is beter bepalingen te vermijden die een te lastig toezicht noodig maken.

Recht van beroep ingeval de vergunning voor korteren termijn verleend wordt dan is aangevraagd , komt niet raadzaam voor. Men kan in dat geval nog eens weer vragen."

Art. 14. De vergunningen, bedoeld in het vorige artikel, worden alleen geweigerd :

1°. op grond van niet geregeld schoolbezoek gedurende de laatste zes maanden, voorafgaande aan de aanvrage,

2°. indien er gegronde reden is om te vermoeden, dat van de vergunning geen gebruik zal worden gemaakt voor het doel, in het eerste lid van artikel 13 omschreven ;

3°. indien het kind den leeftijd van tien jaren nog niet heeft bereikt.

Daar liet de bedoeling is, dat allen, die verkeeren in de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid van art. 10 (later geworden art. 13) van de vrijgevige bepaling, zullen kunnen profiteeren, zijn in de wet limitatief de redeneu aangegeven, die tot weigering der aanvragen zullen mogen leiden. (M. v. T.)

Leerplicht. 3

Sluiten