Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den ontvanger binnen den termijn voor de inlevering der algemeene aangifte bepaald.

Deze bepaling is in het leven geroepen met het oog op plaatsen, die aan eene rivier op betrekkelijk grooten afstand van.de zee liggen en strekt uiteraard om het clandestien lossen van goederen tusschen de zee en het kantoor te kunnen tegengaan.

§ 7. Vertrek van handelsvaartuigen.

Met betrekking tot het vertrek van handelsvaartuigen zij hier ten slotte opgemerkt, dat deze niet mogen vertrekken alvorens gebleken is, dat de gezagvoerder aan zijne verplichtingen ten opzichte der in- en uitvoerrechten heeft voldaan, dan wel de agenten van het schip of anderen ten genoegen van den ontvanger zich aansprakelijk hebben gesteld voor de boeten door hem beloopen. Deze bepaling is niet toepasselijk op inlandsche vaartuigen, op een jaarpas varende, evenmin op schepen, die niet langer dan 48 uren ter plaatse vertoefden en tevens aldaar geene handelsgoederen hebben geladen of gelost. Deze en de verdere bepalingen op het vertrek zijn vervat in de artikelen 57 en 58 van het reglement Lt. A en in de artikelen 14 t/m 16 van het reglement Lt. B.

Sluiten