Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoelde vergoeding; art. 9, al. 3, 4 en 5, der rechtenordonnantie.

6e. De ambtenaren hebben er recht op, dat op de terreinen of in de lokalen, van landswege aangewezen of beschikbaar gesteld voor het uitladen, het nederleggen of het entreposeeren van goederen, hunne bevelen omtrent de uitlading, plaatsing of verplaatsing en het wegvoeren der goederen en omtrent het gebruik der van landswege beschikbaar gestelde weegwerktuigen worden opgevolgd. Bij gebreke daarvan kan de ambtenaar ten koste en schade van de belanghebbenden het bevolene doen uitvoeren, onverminderd de toepassing van straf. Art. 10 der rechtenordonnantie. Zie ook art. 15, 3e en 5e lid, Regl. Lt. A.

7e. De ambtenaren maken van de overtredingen betrekkelijk de in- en uitvoerrechten, welke zij constateeren, proces-verbaal van bekeuring op en zulks op den eed bij de aanvaarding hunner bediening aan den lande opgelegd.

Is de bekeurde bij het instellen der bekeuring tegenwoordig, zoo wordt hij uitgenoodigd de opmaking van het proces-verbaal bij te wonen en dit mede te teekenen, wordt hem medegedeeld waar en wanneer die opmaking zal plaats hebben en wordt in het proces-verbaal vermeld, dat die uitnoodiging en mededeeling zijn gedaan. Dit behelst verder een beknopte aanwijzing der omstandigheden, waaronder en de personen, door wie de overtreding is begaan. Den bekeurde wordt een afschrift van het procesverbaal ter hand gesteld, tenzij hij niet bij de opmaking tegenwoordig is, in welk geval dat afschrift te zijner beschikking wordt nedergelegd op het naastbij gelegen kantoor van een ambtenaar der douane. Art. 11 der rechten-ordonnantie.

8e. De ambtenaren kunnen alle voorwerpen, waarmede of te welker opzichte eene overtreding is begaan, met uitzondering van openbare vervoermiddelen, aanhouden en na inventarisatie in bewaring nemen. Zij handelen daarmede alsdan verder zooals bij § 2 van hoofdstuk IV' blz. 82 hierachter, aangegeven; art. 13, al. 1, der rechtenordonnantie.

Sluiten