Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MODEL IV.

(Art. 425 1°.)

De ondergeteekende (naam, qualiteit en woonplaats) verklaart op den eed bij den aanvang zijner bediening afgelegd, op den (volledige dagteekening met tijdsbepaling), te hebben gezien, dat, terwijl A .... D ... oud jaren, van beroep .... wonende te zich begaf op het erf, gelegen voor het huis bewoond door B .... G ... aan den openbaren weg binnen de gemeente . . . , , van uit dat huis een hond kwam en op A . . . . D voornoemd toeliep, dezen aanviel, zoodat hij tegen den grond viel, terwijl de hond, door zijn voorpooten op de borst van den aangevallene te zetten, dezen belette op te staan; dat vóór en terwijl zulks plaats greep, in de onmiddellijke nabijheid van het gebeurde, de hiervoren genoemde B O .... geboren te den .... 18 . , van beroep landbouwer, stond, die, in stede van den hond terug te houden, om het voorval lachte en niets deed om A

D .... te bevrijden; dat relatant zulks ziende, A .... B ... bevrijdde, door

den hond weg te jagen.

B .... G ... hierover gehoord,

verklaarde, dat de hond hiervoren bedoeld, aan hem in eigendom toebehoorde en onder zijn hoede stond ; dat hij het gebeurde wel had voorzien, doch er geen kwaad in zag, wanneer zijn hond iemand aanviel, die zonder vragen zijn erf betrad en hij om die reden den hond, toen deze A

D aanviel, niet had teruggehouden.

Ik heb hiervan dit proces-verbaal opgemaakt.

den ... 19 .

(HandteekeningJ

Sluiten