Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 7 der Arbeidswet.

Op Zondag den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen, dat in de

aan de ... . straat te gelegen werkplaats van

de wasch- en strijkinrichting van S . . . S . . . . geboren te ... . den 18 . van beroep hoofd (bestuurder) van een wasch- en strijkinrichting, wonende te . . . ., op dat tijdstip in tegenwoordigheid van genoemd hoofd (bestuurder) dier inrichting arbeid werd verricht door W ... W ... .

oud . jaar, van beroep glansstrijkster, wonende te

welke arbeid bestond in het strijken van boorden en manchetten, terwijl achter de in die werkplaats aanwezige door voornoemd(e) hoofd (bestuurder) onderteekende en door (of vanwege) den Burgemeester der gemeente .... gewaarmerkte bij artikel 11 der Arbeidswet bedoelde arbeidslijst, voorkomende naam van genoemde aldaar arbeid verrichtende vrouw, de Zondag als wekelijksche rustdag was aangegeven. Genoemde vrouw verklaarde mij vorenomschreven arbeid op last van haar patroon S . . . S . . . . te verrichten, en deze haar voor dien arbeid op Zondag betaalde. Voorts, dat zij niet tot een kerkgenootschap behoort, dat den wekelijkschen rustdag niet op Zondag viert.

Ik hoorde daarover bovengenoemden S . . S

die erkende hoofd (of bestuurder) van dat bedrijf te zijn, dat W ... W .... in zijn (haar) dienst werkzaam is, en hij (zij) haar den door mij geconstateerden arbeid had opgedragen ; terwijl hij (zij) voorgaf door drukke werkzaamheden genoodzaakt te zijn op Zondag te laten werken.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 .

(Handteekening)

Sluiten