Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 11 der Arbeidswet.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam, qualiteit en woonplaats) mij tot het houden van arbeidsinspectie in de binnen de gemeente .... gelegen naaisterswerkplaats van N . . .

N geboren te .... den .... 18 .

van beroep hoofd (of bestuurder) van een dameskleedingmakerij,

wonende te en werd door mij gezien en waargenomen, dat

aldaar op dat tijdstip door A . . . B . . ., geboren te den • • . . 18 . ., van beroep .... wonende te . . . . . in tegenwoordigheid van genoemd(e) hoofd (bestuurder) arbeid werd verricht, welke bestond in het (omschrijving der arbeid) terwijl de naam noch de werkuren van genoemde aldaar arbeid verrichtende vrouw voorkwamen op de in dat arbeidslokaal aanwezige door het hoofd (bestuurder) onderteekende, en door (of vanwege) den Heer Burgemeester dezer gemeente gewaarmerkte arbeidslijst, bedoeld bij artikel 11 der wet van den 5en Mei 1889, (Stbl. 48).

Desgevraagd verklaarde genoemde A . . . B . . . . mij sedert geruimen tijd in en voor het bedrijf van voornoemden N N werkzaam te zijn.

Genoemd hoofd (bestuurder) hierover gehoord bekende, dat meergenoemde A ... B .... in en voor haar (zijn) bedrijf, waarvan zij (hij) hoofd (bestuurder) is, werkzaam is en verklaarde te hebben verzuimd den naam van die vrouw op de arbeidslijst te plaatsen.

Ik heb hiervan op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt.

• • . • den .... 19 . .

(Handteekening).

Sluiten