Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2 vierde lid der Boterwet.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen, dat op de openbare weekmarkt te .... die aldaar gehouden wordt op bet plein ganaamd . . * op een aldaar geplaatste tafel twee vaten, inhoudende boter of daarop gelijkende waar, waren uitgestald, en dat op die vaten bet woord „Margarine" voorkwam waarmede blijkbaar die waar werd aangeduid, zonder dat bij die waar een daar boven reikend bord was geplaatst, waarop in duidelijke en voor het publiek zichtbare letters het woord „Margarine" was gesteld.

De handelaar, die naar ik zag van die waar verkocht, en mij desgevraagd verklaarde genaamd te zijn R . . E . . . geboren

te .... den .... 18 van beroep

wonende te ... erkende, dat door hem aldaai „Maigarme was uitgestald, hij daarin handelaar was, en geen daarboven reikend bord plaatste, daar het publiek naar zijn meening wel kon zien, dat het „Margarine" was en hij het daar ook voor verkocht.

Ik heb van die waar twee monsters genomen, welke ik in vanwege heL Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel verstrekte busjes in 't bijzijn van genoemden R . . . R . . • • verpakte, verzegelde met lak en stempel en waarmerkte met .... om die op te zenden aan den Heer Ambtenaar van het Openbaai Ministerie bij de Kantongerechten te . . . ■ (*)

Van zijne bevoegdheid om de monsters met zijn eigen zegel te voorzien is door genoemden R . . . R • (geen) gebruik

gemaakt.

De marktwaarde der genomen monsters, zijnde f . • heb ik

aan hem vergoed.

Ik heb hiervan op afgelegden ambtseed dit proces-vei baal opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening).

(*) Kunnen per post onder dienst verzonden worden.

Sluiten