Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 32 eerste lid sub 1 en 2 der Drankwet.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam, qualiteit en woonplaats) mij voor de aan de ... . straat te . . . gelegen tappersinrichting Wijk . . No. . ., waarvan mij bekend is, dat daarin door N . . . N . . . . geboren te . . . den . . . . 18 . ., van beroep . . . ., wonende te . .

. krachtens vergunning van Burgemeester en Wethouders aldaar sterke drank in het klein voor gebruik ter plaatse van verkoop wordt verkocht en zag ik, dat boven, of ter zijde van de buitendeur, die toegang geeft tot genoemde inrichting, de naam van bovenvermelden tapper aan wien de vergunning is verleend, noch het woord „vergunning"' voorkwamen.

Genoemde N . . . N . . . ., dien ik daarover hoorde, erkende, dat door hem in hiervorengenoemde inrichting krachtens vergunning van Burgemeester en Wethouders der gemeente . . . sterke drank in het klein wordt verkocht, en tevens, dat zijn naam noch het woord „vergunning" boven of ter zijde van de buitendeur die toegang geeft tot die inrichting voorkomen, derhalve aldaar niet te lezen zijn.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening).

Sluiten