Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 44 der Drankwet.

Op heden den (datum, jaar met tijdsbepaling) zag ik (naam, qualiteit en woonplaats) dat W . . .• W . . . geboren te . . . den .... 18 . van beroep . . . wonende te . . . . die aannemer is van in aanbouw zijnde woningen te . . . . zich met de daaraan werkzaam zijnde arbeiders begaf in de tegenover die gebouwen aan de . . . straat te . . . gelegen tapperij, waarvoor door Burgemeester en Wethouders dier gemeente aan S . . . S geboren te den

. . . 18 . van beroep tapper, eene vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein is verleend, waardoor ik vermoedde, dat aldaar door genoemden aannemer arbeidsloonen zouden worden uitbetaald, en daar binnengaande werd door mij gezien en waargenomen, dat deze in de voor het publiek toegankelijke lokaliteit van die inrichting op een tafeltje aan R . . . R . oud

. jaar, van beroep ... en V ... V ... . oud . . jaar, van beroep . . . beiden wonende te . . . respectievelijk f . en f . uitbetaalde, voor ieder berekend naar het aantal uren, dat gewerkt was, terwijl de in die lokaliteit aanwezige vergunninghouder bovengenoemd zulks toeliet.

Genoemde twee arbeiders verklaarden mij, dat zij in dienstbetrekking bij genoemden aannemer waren, en het door hun in de tapperij van dezen ontvangen geld het arbeidsloon der afgeloopen week was, wat laatstgenoemde mij bevestigde.

Deze verklaarde niet te weten, dat het bij de wet verboden was in een vergunningslokaliteit arbeidsloonen uit te betalen, terwijl bovengenoemde vergunninghouder, die bekende zulks in zijn voor het publiek toegankelijke lokaliteit te hebben toegelaten, volgens zijn zeggen dat evenmin wist.

Deze erkende, dat hem voor die lokaliteit door Burgemeester en Wethouders dezer gemeente eene vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein is verleend.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten