Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 50 zevende lid der Drankwet.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam, qualiteit en woonplaats) mij, ter controleering van de naleving der Drankwet, in de, aan de . . . straat te . . . gelegen verlofslokaliteit, waarvoor aan B . . . A . . . ., geboren te . ... den . . . . 18 . ., van beroep . . . ., wonende te . . . ., krachtens vergunning van Burgemeester en Wethouders te . . d.d. . . . ., verlof tot verkoop van alcoholhoudenden drank, anderen dan sterken drank, is verleend, en werd door mij bevonden, dat in het, in die vevlofslokaliteit aanwezige buffet, een gedeeltelijk met brandewijn, wat mij door ruiken en proeven bleek, derhalve sterken drank, gevulde karaf aanwezig was, welke door mij in beslag is genomen, om zoo noodig als stuk van overtuiging te kunnen dienen.

Genoemde verlofhouder, die daarbij tegenwoordig was, bekende dat hij in zijn lokaliteit, waarvoor hij verlof heeft tot verkoop van alcoholhoudenden drank, anderen dan sterken drank, den door mij in beslag genomen sterken drank aanwezig had.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten