Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3 der wet op (le Jacht en Yisschery.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam, qualiteit en woonplaats) mij op surveillance in de gemeente .... en werd door mij gezien en waargenomen, dat in een boschrand van een aldaar gelegen perceel bosch en heidegrond, in eigen gebruik bij A . . . M . . . oud . jaar, wonende te ... in een wildpad een viertal wild- of konijnenstrikken gesteld waren, blijkbaar om daarmede wild te bemachtigen. Ik ontstelde daarvan twee stuks en bleef mij in de nabijheid verdekt ophouden.

Na aldaar ongeveer een uur te hebben gewacht, zag ik, dat de mij welbekende V . . . W . . . geboren te . . . den • . . . 18 . van beroep . . . wonende te . . . zich gehurkt bij de even te voren door mij ontstelde strikken voegde en die zóó stelde, dat daarin wild bemachtigd kon worden, waarna hij zich verwijderde.

Daarop heb ik dien persoon aangehouden en naar de door hem gestelde strikken gebracht, welke aldaar volgens zijn verklaring door hem waren gesteld met het doel, om door middel daarvan wild te bemachtigen.

De strikken zijn door mij in beslag genomen en worden gedeponeerd ter Griffie van het Kantongerecht te ...

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 .

(Handteekening)

Sluiten