Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 15 der Wet op de Jacht en Yissclierjj.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam, qualiteit en woonplaats) mij op surveillance in de gemeente .... en werd door mij gezien en waargenomen, dat zich aldaar in het veld buiten openbare wegen en voetpaden, op een perceel heidegrond van en in eigen gebruik bij S ... S ... , oud . jaar, van beroep . . . , wonende te ... , een mij onbekend manspersoon bevond, die in een zijner jaszakken een . tal wildof konijnenstrikken bij zich had.

Desgevraagd verklaarde deze persoon mij genaamd te zijn W . .. . . . W , geboren te ... , den . . . .

18 . van beroep . . . , wonende te ... , welke opgave mij na informatie ter secretarie te . . . juist bleek te zijn.

De op hem bevonden wild- of konijnenstrikken zullen door mij worden gedeponeerd ter Griffie van het Kantongerecht te . . . om als stukken van overtuiging te kunnen dienen.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten