Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2 tweede lid der Loterywet.

Op heden, den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen, dat voor het winkelraam in de uitstalkast van den aan de . . . straat te . . . staande boekdrukkerswinkel van S . . . S . . geboren te , den . . . 18 . , van beroep boekhande¬

laar, wonende te ... , een . tal loten, der (aanduiding der loterijvereeniging), wat uit de daarop voorkomenke woorden viel af te leiden, en die genummerd waren No. . , No. . , blijkbaar ten verkoop in voorraad waren, aan koopers daartoe kenlijk aangeduid door het daarnaast gestelde opschrift: „loten der (aanduiding der loterijvereeniging) alhier verkrijgbaar a . per lot."

Daar op die aandeelen (loten) niet vermeld stond of voor het houden dier loterij toestemming was verleend, ging ik dien winkel binnen en vroeg aan bovengenoemden S . . . S . . . , of hij de in zijn winkelkast door mij genoemde uitgestalde loterijbriefjes, welke ik hem aanwees, aldaar ten verkoop in voorraad had, waarop hij bevestigend antwoordde, en tevens verklaarde, dat hij om zulks aan kooplustigen kenbaar te maken het gestelde opschrift: „loten der (aanduiding der loterijvereeniging) alhier verkrijgbaar a . per lot," daar plaatste.

Voorts erkende hij, dat uit niets blijkt dat voor het houden vandie loterij de bij de wet vereischte toestemming is verleend, wat

hem dan ook niet bekend was.

Op mijn verzoek stond hij mij een der loten No. . af, zoomede het daarnaast gestelde opschrift, welke stukken bij dit proces-verbaal worden overlegd.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten