Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2 derde lid van de Motor- en Rywielwet.

Op heden, den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen, dat W . . . . W ... , geboren te ... , den . . . 18 . , van beroep . . . , wonende te . ... als bestuurder van een tweewielig motorrijtuig, zijnde een rijtuig bestemd en gebruikt om mede door eene daaraan aanwezige mechanische kracht, anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen (motorrijwiel), waarop hij zat, daarmede reed over den openbaren weg de . . . straat, te ... , terwijl mij uit het daarop aangebrachte nummer . en letter . bekend was, dat de alhier wonende rijwielhandelaar N . . . N . . . daarvan eigenaar is.

Op mijne vordering deed de bestuurder dat motorrijtuig stilhouden, en verklaarde desgevraagd mij geen rijbewijs te kunnen vertoonen, daar hij dat niet bezat, en voorts, dat hij dit motorrijtuig in bruikleen had van den alhier wonenden rijwielhandelaar N N . . . , wat mij uit een ten diens name gesteld nummerbewijs, in het bezit van genoemden bestuurder, werd bevestigd, dat overeenstemde met het aan dat motorrijtuig aangebrachte nummer met letter.

Genoemde rijwielhandelaar verklaarde mij het hem in eigendom toebehoorende motorrijtuig, zoomede het betrekkelijke nummerbewijs, aan bovengenoemden W ... W .... in bruikleen te hebben afgestaan.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten