Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 15 van de Motor- en Rijwielwet.

Op heden, den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen dat een mij onbekend persoon als bestuurder zat op een tweewielig motorrijtuig, zijnde een rijtuig bestemd en gebruikt om mede door eene daaraan aanwezige mechanische kracht, anders dan langs spoorstaven, te worden voortbewogen (motorrijwiel) waarmede hij in de kom der gemeente . . . met zoodanige snelheid, zonder met de hoorn of trompet een signaal te geven op het kruispunt der straten . . . over den weg reed, dat hij rakelings langs den kop van een voor een rijtuig gespannen paard, komende uit een der zich aldaar kruisende straten vloog, dit paard daardoor schrikte en ter zijde sprong, waardoor het rijtuig omkantelde en de daarin zittende personen in gevaar bracht, terwijl het openbaar verkeer daardoor belemmerd werd, waarbij de bestuurder van zijn motorrijwiel viel.

Desgevraagd verklaarde deze mij genaamd te zijn S . . . . S . . . , geboren te . . . , den . . . 18 ., van beroep , wonende te ... , welke opgaven mij bevestigd werden uit het in zijn bezit zijnde door den Heer Commissaris deiKoningin in de Provincie . . . afgegeven nummer- en rijbewijs, met welk nummerbewijs tevens het op dat motorrijtuig voorkomende nummer . met letter . overeenkwamen.

Als reden van zijn roekeloos snel rijden gaf hij op, dat hij met iemand een weddenschap had aangegaan om op zeker tijdstip te . . . . te zijn ; hij erkende onvoorzichtig zonder het geven van eenig signaal te hebben gereden, terwijl de omstandigheid zulks wel noodzakelijk maakte.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten