Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3 van het Motor- en RJjwielreglement.

Op heden, den (datum, jaar met tijdsbepaling), werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen, dat op den

openbaren weg, de binnen de gemeente ....

een met een paard bespannen voertuig en een vierwielig motorrijtuig, zijnde een uitsluitend door eene daaraan aanwezige mechanische kracht, anders dan langs spoorstaven, voortbewogen wordend rijtuig (automobiel), elkander uit tegenovergestelde richting naderden, de bestuurder van laatstgenoemd rijtuig tijdig met den hoorn (of trompet) eenige signalen gaf, die op 100 Meter afstand duidelijk hoorbaar waren, die signalen op korteren afstand herhaalde, terwijl de bestuurder van het voertuig niet uitweek, en den geheelen weg ter zijner beschikking hield, waardoor het motorrijtuig, door te verre uitwijking, in aanraking kwam met in den berm van den weg staande boomen, en daardoor beschadigd werd.

De bestuurder van het voertuig, die mij A . . . B

geboren te .... , den 18 . , van beroep

> wonende te .... , bleek te zijn, erkende

voor bedoeld motorrijtuig, hoewel hij dat vroegtijdig zag naderen, niet te hebben uitgeweken, en wel, naar hij zeide, om geen andere reden dan dat de weg nog al smal was; hij meende dat een door stoom gedreven rijtuig beter in den berm kon uitwijken, dan een met een paard bespannen rijtuig.

Desgevraagd verklaarde de bestuurder van het motorrijtuig, dat genummerd was No. . , letter . , mij, genaamd te zijn S . . S . . . , oud . . jaar, van beroep . ... t wonende te .... , wat mij uit een in zijn bezit zijnd rijbewijs werd bevestigd.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

den 19 . .

(Handteekening.)

Sluiten