Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 1 der Wapenwet.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, (jualiteit en woonplaats) een persoon, die in beschonken toestand op den openbaren weg de ... . straat te ... . verkeerde, in bewaring gesteld, terwijl ik bij f'ouilleering in een zijner jaszakken een met . . scherpe patronen geladen revolver bevond, die tot dadelijk gebruik kon worden aangewend, welk wapen hij reeds op het evengemeld tijdstip, toen ik hem aanhield op gemelden openbaren weg bij zich moet hebben gehad.

Ik heb dat vuurwapen in beslag genomen en vertoonde dat aan den in bewaring gestelde, nadat deze voldoende ontnuchterd was, die opgaf genaamd te zijn K .... K ... , geboren te • • • • . den . . . 18 . , van beroep . . . , wonende te • • • . , en verklaarde, dat de hem vertoonde revolver zijn eigendom is, die op bovengenoemd tijdstip op den openbaren weg

de ... straat te bij zich te hebben gehad,

en geen machtiging te hebben tot het bij zich hebben van een wapen.

Daar deze persoon niet geacht kan worden te behooren tot de in het Koninklijk Besluit van den 27 September 1890 genoemde ambtenaren, noch valt onder de uitzonderingsbepalingen van artikel 3, 1°. tot 8°. der Wet van den 9en Mei 1890 (Stbl. 81) heb ik van het vorenstaande op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt, terwijl het door mij in beslag genomen wapen gewaarmerkt zal worden gedeponeerd ter Griffie van het Kantongerecht te ... .

• • • . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten