Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 18 zevende lid der Woningwet.

Op heden, den (datum jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats), gezien en waargenomen, dat het

den vorigen dag, ter uitvoering van een Raadsbesluit d.d

vanwege Burgemeester en Wethouders der gemeente door de zorg van den gemeente-opzichter aldaar, aan de, bij A ■ • • B . . . , geboren te . . . , den . . . 18 . , van beroep . . . . , wonende te . . . , in eigen gebruik zijnde, aan de . . straat alhier staande woning, Wijk . ., No. . ., bevestigde kenteeken, zijnde, een houten bord met het opschrift „onbewoonbaar verklaarde woning," bedoeld bij artikel 18, 7de lid der Woningwet, door genoemden A . . . B van die woning werd weggenomen, door de spijkers, waarmede het aan den muur was bevestigd, daaruit te trekken, waarna hij dat kenteeken over de straat wierp, hetwelk daardoor niet meer aan de bestemming beantwoordde.

Bedoelde persoon, daarover hoorende, erkende genoemd kenteeken dat den vorigen dag vanwege Burgemeester en Wethouders alhier aan zijn woning was bevestigd, te hebben weggenomen, als reden daarvoor opgevende, dat hij van meening is, dat bord niet aan zijne woning te behoeven te dulden.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

• • • • den .... 19 . .

(Handteekening).

Sluiten