Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alhier, die blijkbaar reeds ontboden was, inmiddels

aldaar eveneens verscheen, dat de mij welbekende 20-jarige opperman wonende aan de straat alhier, in de

achter bedoeld gebouw staande keet in bewusteloozen toestand op een tafel lag.

Aan zijn achterhoofd had hij een bloedende wond, zooals mij werd medegedeeld, bekomen tengevolge den val, waardoor zooals genoemden geneeskundige bij zijn onderzoek bleek, schedelbreuk was ontstaan zoodat de geneeskundige zijn toestand levensgevaarlijk bevond en opname in het ziekenhuis noodzakelijk oordeelde.

Deze overbreiiging had zoo spoedig mogelijk onder mijn toezicht per ziekenwagen plaats, doch kort na aankomst in het ziekenhuis overleed reeds de getroffene.

Genoemde geneeskundige, die daarbij tegenwoordig was, verklaarde nog dit reeds dadelijk te hebben voorzien.

Bij onderzoek naar de oorzaak van dit ongeval vernam ik van

oud . . . jaar, en oud . . .

jaar, beiden van beroep metselaar en wonende alhier, dat genoemde terwijl zij zich op den steiger bevonden, een bak met kalk naar boven had gebracht en daarna toen hij van den steiger op de daartegen geplaatste ladder wilde stappen, waarschijnlijk was misgestapt, daar zij plotseling iets hadden hooren vallen en naar beneden ziende hem op den grond zagen liggen.

Volgens hen was die persoon, toen zij bij hem kwamen reeds bewusteloos, waarna zij hem, na den aannemer, die zich binnen in het gebouw bevond, te hebben gewaarschuwd, hadden opgenomen en in de keet gedragen. Een der andere arbeiders had inmiddels geneeskundige hulp ingeroepen. •

Van schuld of nalatigheid in dezen is mij niet gebleken, zoodat het gebeurde aan een ongeluk moet worden toegeschreven.

den 19 . . .

(Qualiteit)

(Handteekening)

Sluiten