Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MODEL XXIV.

Ordeverstoring.

Heden avond te omstreeks . . uur mij bevindende in de straat alhier, zag ik een mij onbekend manspersoon, die, omringd door een talrijk publiek, op een stoep van een woning aldaar, stond en onder luidkeels roepen en schreeuwen eenige geschriften aan den man trachtte te brengen, terwijl hij een aan een stok bevestigd, boven zijn hoofd reikend, reclamebord droeg.

Een groot deel van het publiek, dat naar het scheen niet op zijn hand was, trachtte door zingen en schreeuwen hem onverstaanbaar en daardoor het verkoopen onmogelijk te maken, waardoor de openbare orde in die straat verstoord, en het verkeer mede belemmerd werd.

Ik voorzag daarin door den colporteur, zooals mij later bleek genaamd oud . . jaar, wonende te

tot doorloopen aan te manen, waartoe hij zich echter aanvankelijk ongenegen toonde, doch nadat ik hem duidelijk had gemaakt, dat ik verlangde, dat hij zich verwijderde, voldeed hij daaraan, terwijl het publiek zich daarna verspreidde. Kort daarna zag ik, dat bedoelde persoon in die straat terugkeerde en op dezelfde wijze als tevoren zijn koopwaar aanbood, waartoe hij op de stoep van een aldaar staand winkelhuis opnieuw een vaste standplaats innam. Spoedig bleek mij, dat zich daarbij van de zijde van het publiek, dat rondom hem geschaard stond, dezelfde wanordelijkheden van tevoren herhaalden, terwijl hij er zelf blijkbaar op uit was, door het bezigen van verschillende smalende woorden, dit aan te moedigen.

Aan mijn verzoek om zich te verwijderen voldeed hij niet, terwijl hij door mij naar zijn naam gevraagd, weigerde dien op te geven,

waarom ik hem, teneinde hem voor den heer

alhier te geleiden, verzocht mij daarheen te volgen, en toen hij zich daarin eveneens onwillig toonde, heb ik hem aangegrepen en overgebracht naar het bureau van politie.

Sluiten