Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 13.

Elke der beide contracteerende Partijen verbindt zich onderdanen of vroegere onderdanen van een derden Staat, die zich binnen het gebied van de andere Partij ophouden en van daar uitgezet moeten worden, op daartoe strekkende, langs diplomatieken weg gedane aanvrage van deze Partij, door haar gebied naar hun vaderland te vervoeren, wanneer de aanvrage tevens de verklaring behelst, dat de andere Partij tot vergoeding der door het vervoer veroorzaakte onkosten, en de derde Staat tot overneming van den uit te leiden persoon bereid is.

Door de bepalingen van het eerste lid wordt geene inbreuk gemaakt op het omtrent doorvoer bepaalde in het uitleveringsverdrag tusschen Nederland en het Duitsche Rijk van 31 December 1896.

Artikel 14.

Dit verdrag is niet toepasselijk op de koloniën en buitenlandsche bezittingen van Nederland, noch op het onder Duitsche bescherming staande gebied.

Artikel 15.

Dit verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk worden uitgewisseld.

Het verdrag treedt in werking drie maanden na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en geldt voor een tijdvak van drie jaren.

Indien geene der beide contracteerende Partijen het verdrag een jaar vóór het einde van het driejarig tijdperk opzegt, blijft het verdrag van kracht een jaar na den

Sluiten