Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toelichting der Commissie.

Naar volkenrechtelijke beginselen is iedere Staat uiteraard bevoegd vreemdelingen van zijn gebied te weren, hen dus zonder meer aan de grens af te wijzen. Op deze beginselen wordt door het nieuwe vestigingsverdrag slechts inbreuk gemaakt ten aanzien der onderdanen van elke der beide Partijen, die het recht tot vestiging of verblijf in het gebied der andere Partij hebben en daar derhalve moeten worden toegelaten. Deze grondbeginselen zijn, als van zelf sprekend, niet uitdrukkelijk in het verdrag opgenomen.

Daarentegen is met het oog op de bijzondere omstandigheden van het spoorwegverkeer artikel 12 opgenomen, krachtens hetwelk alle personen, die niet op het, uit het verdrag voortvloeiend, recht tot vestiging aanspraak kunnen maken, op het eerste station waaide trein stilhoudt na de grens te zijn overgegaan, opgehouden en zonder verdere formaliteiten naar het gebied, waaruit zij zijn gekomen, teruggezonden mogen worden. Deze bepaling berust op de fictie, dat dergelijke personen het land waaruit zij komen nog niet hebben verlaten en derhalve niet vallen onder de bepalingen van het verdrag, regelende de formaliteiten van overneming. De terugzending is alleen dan geoorloofd wanneer die onmiddellijk na de aankomst, dus in den regel met den eersten terugkeerenden trein plaats vindt, aangezien men alleen op deze wijze niet met de bovenbedoelde fictie in strijd komt.

Memorie Tan Toelichting.

De voorgaande bepalingeïi zijn natuurlijk niet van toepassing ten aanzien van de personen die zich uit eigen vrijen wil naar liet naburige land begeven. Behooren deze personen tot de zoodanigen die niet behoeven te worden toegelaten, zoo zullen zij aan de grens geweerd moeten worden, maar bevinden zij zich eenmaal, al is het zonder formeele toelating, op het gebied van een tier Staten, dan wordt op hen de regeling nopens de uitleidingen van toepassing. Het weren aan de grens is uiteraard niet mogelijk, wanneer die personen per trein het land binnenkomen, en daarom is in art. 12 bepaald, dat te hunnen aanzien de grensoverschrijding eerst wordt geacht plaats te vinden bij het eerste station waar de trein stilhoudt. Zij kunnen op dit station door de bevoegde autoriteiten worden opgehouden; hebben deze bezwaar hen toe te laten, dan moeten zij onmiddellijk na aankomst, dus in den regel met. den eerstvertrekkenden trein, teruggezonden worden, als wanneer zij geacht worden aan de grens te zijn geweerd.

Memorie van Antwoord aan de Tweede Kamer.

Eene andere leemte in het verdrag is, naar sommige leden meenden, dat daarin eene speciale voorziening ontbreekt omtrent

Sluiten