Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 13.

Elke der beide contracteerende Partijen verbindt zich onderdanen of vroegere onderdanen van een derden Staat, die zich binnen het gebied van de andere Partij ophouden en van daar uitgezet moeten worden, op daartoe strekkende, langs diploniatieken weg gedane aanvrage van deze Partij, door haar gebied naar hun vaderland te vervoeren, wanneer de aanvrage tevens de verklaring behelst, dat de andere Partij tot vergoeding der door het vervoer veroorzaakte onkosten, en de derde Staat tot overneming van den uit te leiden persoon bereid is.

Door de bepalingen van het eerste lid wordt geene inbreuk gemaakt op het omtrent doorvoer bepaalde in het uitleveringsverdrag tusschen Nederland en het Duitsche Rijk van 31 December 1896.

Toelichting der Commissie.

Volgens dit artikel zal de doorvoer van onderdanen of vroegere onderdanen van een derden Staat, die uit het gebied van een der contracteerende Partijen uitgezet worden, geschieden door het gebied der andere Partij, wanneer de vergoeding der kosten vun den doorvoer verzekerd en de derde Staat tot overneming dezer personen bereid is. De verder gaande wenschen der Nederlandsche Commissarissen, dat dergelijke personen ook zonder de voorafgaande toestemming der derde Staten naar Duitschland overgenomen en de verdere onderhandelingen op grond der tusschen het Duitsche Rijk en derde Staten bestaande overnemingsverdragen gevoerd zouden worden, konden van Duitsche zijde niet vervuld worden. Deze overeenkomsten toch hebben slechts betrekking op de gevallen, waarin de in Duitschland zich ophoudende, maar niet de door Duitschland ter doorzending uit den vreemde overgenomen personen weder in hun eigen land moeten worden opgenomen.

In het tweede lid is, ter vermijding van twijfel bepaald, dat op den doorvoer van personen, die op grond van het NederlandschDuitsche uitleveringsverdrag moet geschieden, de bepalingen van het uitleveringsverdrag en niet die van het vestigingsverdrag toepasselijk zijn.

Memorie van Toelichting.

Art. 13, ten slotte, bevat eene regeling, die tot bespoediging en

Sluiten