Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereenvoudiging zal leiden in de gevallen waarin over onze oostelijke grens personen moeten worden uitgezet, die Duitschland niet verplicht is toe te laten.

Yoorloopig Terslag der Eerste Kamer.

Ook het uitleiden van personen tot een derden staat behoorende wordt veel omslachtiger, naai' men meende. Tot dusverre worden dergelijke personen zoo noodig altijd uitgeleid in de richting van het land waartoe zij behooren. Thans zal, indien artikel 13 niet is toegepast, moeten worden gecorrespondeerd met de autoriteiten van dien derden staat, ook over >de kosten en zal daarmede veel tijd worden verloren en zullen dientengevolge veel kosten worden veroorzaakt.

De vrees werd in verband hiermede uitgesproken, dat men die zigeunerbenden, op welke de bepaling van art. 12 niet kan worden toegepast, in het geheel niet meer kwijt zal kunnen worden. In de toelichting van artikel 12 leest men, dat naar volkenrechtelijke beginselen iedere Staat uiteraard bevoegd is, vreemdelingen van zijn gebied te weren, hen dus zonder meer aan de grens af te wijzen en dat hierop door het nieuwe verdrag slechts inbreuk gemaakt wordt ten aanzien der onderdanen van elke der beide partijen, die het recht tot vestiging of verblijf in het gebied der andere parij hebben.

Artikel 12 bepaalt echter, dat elk der beide contracteerende Partijen het recht heeft personen die geene onderdanen van een der beide Partijen zijn, onverwijld terug te zenden naar het gebied der andere Partij zonder inachtneming der voorschriften van de artikelen 7 tot 11, indien zij uit dat gebied in hel hare met den trein zijn gekomen en op he't eerste station, waar deze stilhoudt, onmiddellijk na aankomst worden opgehouden. Hoe nu echter wanneer deze personen of niet met den trein het land zijn binnengekomen of niet aan het eerste station zijn aangehouden en zij niet krachtens artikel 13 naar een derden Staat kunnen worden uitgezet, hetzij omdat zij geen nationaliteit bezitten, hetzij omdat de derde Staat weigert ze in ontvangst te nemen?

Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer.

Een voorschrift als is opgenomen in artikel 13 van het tractaat biedt het groote voordeel, dat voortaan de wijze waaro.p het terugleiden van onderdanen van een derden Staat kan geschieden, aan vaste regels is gebonden, en het herhaaldelijk over en weer terugleiden van lastige individuen, in den vervolge onmogelijk zal worden. Wel is waar zijn aan eene dergelijke regeling, gelijk in het verslag wordt opgemerkt, enkele nadeelen verbonden, welke bezwaarlijk konden worden vermeden, doch daartegen weegt ruimschoots op het groote belang dat onzerzijds is gelegen in een gezond grensverkeer en in een staat van veiligheid en rust in onze grensprovinciën.

Sluiten