Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans acht het verdrag in 's lands belang en zal er gaarne mijn stem aan preven.

De heer van Idsinga: Mijnheer de Voorzitter! Het was niet mijn voornemen om over dit verdrag meer dan één enkel wooid van protest te spreken tegen de opvatting van verschillende bladzijden der Memorie van Beantwoording, alsof de bezwaren die tegen dit verdrag in het Voorloopig Verslag waren geopperd, slechts van geringe beteekenis waren; maar nu de geachte afgevaardigde uit Apeldoorn heeft gemeend het verdrag op verschillende punten te moeten verdedigen, zal ik er mij langer mee moeten bezighouden.

Ik ben het geheel eens met den vorigen geachten spreker, dat het verdrag niet zóó geheel verwerpelijk is, dat men de goedkeuring er van zou moeten weigeren. Ik wil zelfs toegeven, dat er eenig voordeel in gelegen is ten opzichte van de gevallen, waarbij de uitzetting gegrond wordt op militaire overwegingen. Ook geef ik toe, dat er misschien eenig voordeel in het verdrag gelegen is ten opzichte van de administratie, welke bij geval van uitzetting vergemakkelijkt wordt; maar ik wensch den Minister van Buitenlandsche Zaken niet onder den indruk te laten als zouden de bezwaren in het Voorloopig Verslag geopperd door de Memorie van Antwoord wederlegd zijn.

Het komt mij zelfs voor, dat die bezwaren, door»hetgeen in de Memorie van Antwoord is aangevoerd, in enkele gevallen zelfs zijn versterkt en bevestigd. Nu wil ik volstrekt niet voorbijzien dat noch de Memorie van Toelichting, noch de Memorie van Antwoord onderteekend is door den tegenwoordigen Minister van Buitenlandsche Zaken. Het werk dat deze Minister van Buitenlandsche Zaken geroepen wordt thans te verdedigen, heeft zijn voorbereiding gevonden in een commissie waarin hij geen zitting heeft gehad en het is voltooid door een Kabinet waarvan hij geen deel heeft uitgemaakt. Het is evenwel mogelijk, dat het werk op een veel betere wijze zou kunnen worden verdedigd dan geschied is in de Memorie van Toelichting en in de Memorie van Antwoord en dan is deze Minister van Buitenlandsche Zaken zeer zeker de aangewezen persoon om die betere verdediging te leveren. En niets zou mij aangenamer zijn dan te ontwaren, dat zijn pogingen in dien zin zijn geslaagd, want het. is voor ons toch aangenamer iets te mogen goedkeuren dat werkelijk blijkt goed te zijn, dan iets te moeten aannemen waarvan wij moeten zeggen dat het te wenschen overlaat.

Ik zal mij daarom, aansluitende bij hetgeen de vorige spreker heeft gezegd, eenige opmerkingen veroorloven betreffende enkele punten waaromtrent mijn bezwaren zijn blijven bestaan.

Ik wil beginnen met een enkele algemeene opmerking over de Memorie van Antwoord.

Dit staatsstuk is geschreven in den stouten stijl waaraan het Ministerie van Binnenlandsche Zaken ons in den laatsten tijd gewend heeft, maar evenals dit het geval was in de Memoriën van Antwoord van vroeger datum, geloof ik dat ook in deze Me-

Sluiten