Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeide. zou ik willen vermelden wal voorkomt in de toelichting bij art. 13. Daar leest men:

,,Volgens dit artikel zal de doorvoer van onderdanen jf vroegere onderdanen van een derden Staat, die uit het gebied van een der contracteerende Partijen uitgezet worden, geschieden door het gebied der andere Partij, wanneer de vergoeding der kosten van den doorvoer verzekerd en de derde Staat, tot overneming dezer persoon bereid is."

De zaak heeft tot eenige moeilijkheid aanleiding gegeven, maar de regeling lijkt mij nog ai billijk. Wat waren nu echter de verder gaande wenschen van de Nederlandsche commissarissen?

,,De verder gaande wenschen der Nederlandsche commissarissen, dat dergelijke personen ook zonder de voorafgaande toestemming der beide Staten naar Duitschland overgenomen en de verdere onderhandelingen op grond der tusschen het Duitsche Rijk en derde Staten bestaande overnemingsverdragen gevoerd zouden worden, konden van Duitsche zijde niet vervuld worden."

Het wil mij voorkomen, Mijnheer de Voorzitter, dat het vanzelf spreekt, dat men aan zulke wenschen van Duitsche zijde niet heeft kunnen toegeven. Het is mij zelfs niet duidelijk, waarom men het noodig heeft geacht dit in het Verslag te vermelden.

Om te wederleggen het bezwaar, dat wij te veel zouden hebben toegegeven aan Duitsche inzichten, wordt in de Memorie van Antwoord de aandacht gevestigd op verschillende verdragen van Duitsche zijde met andere Mogendheden gesloten, die van gelijken inhoud zouden zijn als het onderhavige. Wij worden verwezen naar een werk van dr. w. Cahn en wel naar de bladz. 203—255; dit laatste is een fout, het moet zijn bladz. 226.

Wat beteekenen nu deze verdragen? Indien wij den inhoud daarvan nagaan, dan bemerken wij zeer zeker, dat die meerendeels al even mager is als de inhoud van dit verdrag, ten opzichte van het recht van vestiging; maar het blijkt, tevens dat met een uitzondering, waarop ik nog terugkom, geen enkele den titel draagt van een vestigingsverdrag; dat geen enkel verdrag op dien titel aanspraak maakt. Wanneer men echter ons verdrag vergelijken wil met eenig ander verdrag, dan moet men het vergelijken met een vestigingsverdrag, omdat het de pretentie heeft dit te zijn; en het eenige verdrag dat dit eveneens doet is het Zwitsersche verdrag. Dat heet een vestigingsverdrag. En dan vallen bij vergelijking vier punten aan te wijzen, waarbij een groot onderscheid is op te merken tusschen ons verdrag en het Zwitsersche.

In de eerste plaats worden in het Zwitsersche verdrag gelijke rechten gegeven aan Zwitsers in Duitschland ten opzichte van alle bepalingen welke gelden ten aanzien van handel, industrie, landbouw en landbezit.

Ten tweede; zoodra aan andere nationaliteiten voordeelen worden geschonken te dien opzichte, worden die ook geschonken aan Zwitsers. Men roept mij toe, dat andere verdragen ons soortgelijke rechten verzekeren; maar dit is hier niet de quaestie. De vraag is of de inhoud van het Zwitsersche verdrag den titel van vesti-

Sluiten