Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vierde gunstige bepaling is die van art. 3, alinea 2, waarbij implieite toegestaan wordt, dat degenen die in Nederland niet tot militairen dienst verpicht zijn of zijn vrijgesteld en die dus niet hebben gezondigd tegen de militaire bepalingen, niet zullen worden uitgezet. Maar ook bij dit geschenk van de Duitsche Begeermg wordt met. de eene hand gegeven en gedeeltelijk met de andere teruggenomen; er staat namelijk in de toelichting:

..Daaibij is echter ais vanzelf sprekend aangenomen, dat personen. die in hun land geen militaire plichten te vervullen hebben in overeenstemming met artikel 2 kunnen worden uitgezet, indien zij zich persoonlijk hinderlijk betoonen. in 't bijzonder indien zij tegenover de inheemsche bevolking zich mochten beroemen óp hunne bevoorrechte positie ten aanzien der militaire verplichtingen."

Degenen dus die als niet-militair niet kunnen worden uitgezet, volgens art. 3. al. 2, kunnen worden uitgezet volgens de algemeene bepalingen van art. 2 en dat zal dan moeten zijn, op gronden van de ..innere oder aussere Sicherheit des Staates". Maar dan vraag ik, of die uitlegging toch niet een bedenkelijke zijde heeft. \\ ant wanneer iemand die zelf niet in den militairen dienstplicht valt en daarop zou roemen, kan worden uitgezet, welke reden is er dan om andere Nederlanders, die, hoewel zelf niet in het geval verkeerende. op hun eigen militaire wetgeving roemen, niet uit te zetten? Die zijn immers even gevaarlijk voor de Duitsche zekerheid als die wel in dienst zijn. En wanneer dat het geval is, welke reden bestaat er dan het geval te beperken tot de militaire verplichtingen of niet verplichtingen en waarom zou dan een Nederlander in Duitschland wel mogen roemen op andere voordeelen van Nederland, bij voorbeeld dat het vleesc'h en andere zaken hier goedkooper en overvloediger zijn? Is dat zoo, dan wordt de bepaling van art. 2 zeer rekbaar.

En wanneer wij dan in aanmerking nemen, dat tot dusver in Nederland eigenlijk alleen werd uitgeleid vanwege de hoofden van politie in de gemeenten volgens art. 9 der Vreemdelingenwet we. <*ens gebrek aan middelen van bestaan en dat uitleidingen van Kegeeringsw ege, ex art. 12 dier wet, niet voorkwamen, dan is het toch in de toekomst — want Nederland zal, ook onder de werking van het verdrag, wel niet licht andere punten van gewone uitleiding aannemen - tusschen Duitschland en Nederland, geenszins een ,,narti égal".

I)e Nederlanders zullen uit Duitschland worden uitgezet in gevallen waarin de Duitschers niet uit Nederland worden gezet. Dit voor zoover aangaat het vestigingsverdrag.

ik erken, zooals ik zeide, de zeer gunstige bepalingen die er in voorkomen.

Maar de medaille heeft een keerzijde.

Tegenover de restiging run rustige ingezetenen van Nederland in Duitschland, staat de uitleiding van ongewenschte en gevaarlijke Duitschers uit Nederland.

Ik geloof, dat eigenlijk deze zijde van het verdrag voor Neder land nog wel de meest belangrijke is.

Sluiten