Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan de schadelijke gevolgen langs financieelen weg of althans door stukken, bescheiden en onderhandelingen te herstellen zijn.

Nu is echter in artt. 12 en 13 een regeling getroffen, ik zou het willen noemen ter loops, ten aanzien van de personen die noch tot de Nederlandsche, noch tot de Duitsche nationaliteit belmoren, die of een andere, öf in het geheel geen nationaliteit bezitten, en die regeling komt mij voor te zullen leiden tot een nadeel voor ons land, dat noch met geld noch met stukken te herstellen zal zijn.

Er is in de stukken gewezen op de comitas gentium.

Blijkbaar streedt daar niet tegen de wijze van weren aan de grenzen zooals dit tot nog toe gebeurt, onverschillig of de te weren personen komen, hetzij alleen of in benden. Deze wijze van weren wordt thans vrij wel onmogelijk gemaakt, omdat er nu. bij overschrijding der grenzen, slechts in één geval nog gelegenheid van afwijzen zal zijn.

In dat artikel toch wordt gezegd, dat personen die geen onderdanen van één der beide Partijen zijn, onverwijld kunnen worden teruggezonden naar het gebied der andere Partij zonder inachtneming der voorschriften van de artt. 7 tot 11, indien zij uit dat gebied in het hare met den trein zijn gekomen en op het eerste station, waar deze stilhoudt, onmiddellijk na aankomst worden opgehouden en met den eerstvolgenden keerenden trein teruggezonden.

Nu zal ik niet stilstaan bij de bezwaren die dit oplevert, en die door den vorigen geachten spreker reeds zijn genoemd, maar slechts wijzen op het limitatief karakter van dit artikel. Zoodra men toch één geval speciaal noemt, zijn de andere uitgesloten, en wij hebben dus geen recht meer om te doen wat wij tot nu toe deden: hen die te voet of met woonwagens komen over de grens zetten. Met dit tractaat in de hand kan gezegd worden: het éénige geval waarin, de eenige wijze waarop ge dat doen moogt, is hier niet aanwezig.

Dat wij met dit tractaat op dit punt zwakker zijn geworden, blijkt ook uit de toelichting der gemengde commissie.

Het komt mij dan ook voor, dat wij hier aan het kortste eind hebben getrokken. Dit wordt toegegeven in de toelichting, waar het heet: omdat wij niet meer kunnen verkrijgen enz.

In aanmerking nemende, dat, tegenover de vele ongewenschte gasten, die uit Duitschland tot ons komen, slechts enkele dergelijke staan, die van hier uit naar Duitschland trekken, geloof ik, dat wij tegenover personen die noch tot de Duitsche, noch tot de Nederlandsche natie behooren, in gunstiger verhouding staan zonder dat omtrent hen iets geregeld is, dan met een regeling als in dit tractaat opgenomen.

Ik vind dit bezwaar zelfs zóó sterk, dat het mijns inziens niet opweegt tegen de gunstige voorwaarden toegestaan met het cog op de vestiging van Nederlanders in Duitschland of Duitschers in Nederland. Als dit tractaat, zóó als het daar ligt. wordt uitgevoerd, loopen wij gevaar van zachtjesaan in ons land een ophooping te krijgen van al degenen die hun nationaliteit elders verloren hebben of ze niet kunnen bewijzen en die wij dan ten eeuwigen

Sluiten