Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vering kunnen voorkomen, wanneer de overgevende grenscommissaris niet weet dat de persoon over wiens overneming hij onderhandelt door de politie gezocht wordt. Daarentegen zullen belanghebbenden, die zelf gemeenlijk wel weten of zij wegens eenig misdrijf vervolging hebben te duchten of straf hebben te ondergaan, nadat het vestigingsverdrag van toepassing zal zijn geworden, veel beter dan onder het voormalig stelsel van uitleiding. gelegenheid hebben de Overheid in te lichten. Deze zal dan tot de overneming niet medewerken voordat zij zich zal hebben vergewist dat geen gevaar voor vermomde uitlevering voorhanden is.

Ik geloof dan ook zeer bepaald dat de regeling, die bij liet vestigingsverdrag met Duitschland tot stand kwam, veel grooter waarborgen oplevert tegen vermomde uitlevering dan er vroeger bestonden.

De beraadslaging wordt gesloten en het wetsontwerp zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Het ontwerp dezer wet met bijlage en Memorie van Toelichting werd ingediend bij Koninklijke boodschap van 7 Maart 1905 (Bijlagen 1904—1905, No. 164.1-4).

Het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer verscheen den 19 Mei 1905 (Bijlagen 1904—1905, No. 164.5.)

De Memorie van Antwoord werd ingezonden bij brief van 17/2-2 Juli 1905 (Bijlagen 1904—1905, No. 164.6).

Het wetsontwerp is aangenomen door de Tweede Kamer op 16 Nov. 1905 (Handelingen (Ter Staten-Generaal 1905—1906, II, bladz. 77—88)

Het Voorloopig Verslag der Eerste Kamer werd vastgesteld den 16 December 1905 Handelingen der Staten-Generaal 1905—1906, I. bladz. 53).

De Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer is opgenomen in de Handelingen der Staten-Generaal 1905—1906, I, bladz. 54.

Het wetsontwerp is aangenomen door de Eerste Kamer op 11 Januari 1906 (Handelingen der Staten-Generaal 1905—1906, I, bladz 102—107).

Sluiten