Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoed worden tegen allen tegenspoed; door Jezus Christus onzen Heer. Amen."

Wij vragen God ons te behoeden " tegen allen tegenspoed," dat is, alles dat tegen ons gaat, en ons wil kwaad doen. Als tegenspoed over ons komt, zijn wij in gevaar van af te vallen, achteruit te gaan, ons niet te buigen onder Gods bezoeking, gelijk het zaad dat op te steenrots bezaaid werd: " dezen hebben geen wortel, en in den tijd van verzoeking wijken zij af." God zendt ons tegenspoed tot ons nut: " Dien de Heer liefheeft, kastijdt Hij; en Hij geeselt een iegelijken zoon dien Hij aanneemt. En alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geene zaak van vreugde maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich eene vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen die door dezelve geoefend zijn " ; " De verdrukking werkt lijdzaamheid, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop." God kan ons altoos behoeden, want Hij is almachtig; daarom wanneer iets dreigt ons kwaad te doen, laat ons tot God gaan en Hem bidden ons te behoeden. De zonde doet ons het meest kwaad, want de zonde doet kwaad aan de ziel zoowel als aan het lichaam; en de duivel is altoos bij der hand om ons zonde voor te stellen en ons te verzoeken zonde te doen. Laat ons dan onze toevlucht tot God nemen, en Hij zal ons behoeden, door alle dingen te doen medewerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben.

Het Evangelie is de gelijkenis van den zaaier. Een gelijkenis is een aardsche verhaal met een diepe Godsdienstige beteekenis. Het verhaal van den zaaier is ons welbekend. Een man is uitgegaan op zijn land om zijn zaad te zaaien. Eenige korrels van het zaad zijn op het harde voetpad gevallen : het kon niet inzakken : het werd vertrapt door den eersten mensch die voorbij geloopen is, en de vogels zijn gekomen en hebben het opgegeten : en dat was het einde van dat deel van het zaad.

Sluiten