Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De duivel verzoekt ons ook op dezelfde wijze. Hij kan ons vele dingen geven die wij niet bezitten, als wij maar willen liegen en stelen en bedriegen : vele dingen die het Gode niet behaagt ons te geven, als wij maar den duivel tot onzen meester willen nemen en hem volgen. Maar hij geeft niets om niet: hij vereischt dat wij zullen nedervallen van onzen hoogen stand als kinderen van God, onszelven verlagen en verderven, en hem aanbidden, eer hij ons geeft wat hij ons voorstelt. En dit doen wij elkmaal dat wij willens zonde bedrijven.

Tot al de verzoekings van den duivel is daar maar één woord voor het kind van God : " In Gods Naam, ga weg, Satan." En wij hebben Gods onfeilbare belofte, "Wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden." Onze eerste belofte bij onzen Doop was, "dat ik den duivel en al zijne werken, de pracht en de ijdelheden van deze booze wereld, en al de zondige lusten van het vleesch zoude verzaken." Laat ons vechten zooals onzen Heer : " Het is geschreven." Leert uit het hoofd teksten van de Heilige Schriften; en dan, wanneer de duivel ons tracht te verleiden tot zonde, zal een tekst in onze gedachte komen welke op de zaak zal passen, en " God zal Zijne Engelen van ons bevelen, dat zij ons bewaren in al onze wegen; zij zullen ons op de handen dragen, opdat wij onzen voet aan geen steen stooten."

D. 338 ; C. 63, 64; Z. 72 ; E. 339, 150; L. 10; A. 65, 68, 74, 78, 225, 326.

Sluiten