Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hemel," tot gelijke majesteit met den Vader naar Zijn Godheid, en tot een verheffing ver boven alle schepsel naar Zijn Menschheid. Hij is opgevaren van deze aarde, waar het niet langer geschikt was dat Zijn verheerlijkt Lichaam zou blijven, in onze natuur. Gelijk de Hoogepriester van de Joodsche bediening eenmaal 's jaars in het Heilige der Heiligheden is opgegaan, en op zijn borst gedragen heeft de namen van al de stammen van Israël, alzoo is Christus, de Hoogepriester van al de stammen van het menschelijke geslacht, eenmaal voor allen opgegaan in den Hemel, waarvan het Heilige der Heiligheden een tegenbeeld was, dragende in Zijn eigen Persoon ons vleesch tot de tegenwoordigheid van Zijn Vader. Wij waren door de overtreding van den eersten Adam uitgesloten uit het Paradijs : wij worden door den tweeden Adam weder in staat gesteld om in te gaan en het Paradijs te beërven dat voor ons bereid is, indien wij eerst door Zijn Hemelvaart getrokken worden de vergankelijke dingen van de aarde te verachten, en de blijvende wezenlijkheden van den Hemel te zoeken. En gelijk de Joodsche Hoogepriester in het Heilige der Heiligheden ingegaan is met het bloed, dat is het leven, van het dier dat geofferd werd, en hetzelve aan God heeft voorgesteld als een verzoening voor de zonden van het volk, alzoo is onze Heer opgevaren ten Hemel met Zijn Lichaam dat op het Kruis geofferd werd, en heeft Zijn Bloed, dat is Zijn leven, aan den Vader voorgesteld als een verzoening en genoegdoening voor de zonden van de geheele wereld, en Hij pleit hetzelve als een oorzaak voor de vergiffenis en herstelling van het menschdom al de dagen, totdat Hij wederkomt om te oordeelen de levenden en de dooden.

Wanneer wij spreken van onzen Heer als " zittende aan de rechterhand van God den Vader," beduiden wij niet zooveel Zijn lichaams-postuur als de heerschappij die Hij voert over ons, als hebbende bezit genomen van

Sluiten