Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij willen Gods geboden onderhouden, opdat wij Hem behagen mogen. Wij willen graag degenen behagen die wij liefhebben. Slaven gehoorzamen hunne bazen omdat zij gedwongen worden. Kinderen zijn somtijds gehoorzaam slechts omdat zij straf vreezen. Zoodanige gehoorzaamheid is min waard. Als wij bang voor God zijn, en Hem gehoorzamen slechts omdat wij verwachten dat Hij ons zal straffen als wij ongehoorzaam zijn, dan zal zoodanige gehoorzaamheid Hem niet behagen. Als wij Hem willen behagen, moeten wij Hem liefhebben ; dan zal het gemakkelijk wezen Zijn geboden te onderhouden. De Psalmist zegt: " Ik heb Uwe geboden lief, meer dan goud, ja meer dan het fijnste goud "; en S. Johannes : " Dit is de liefde van God, dat wij Zijne geboden bewaren ; en Zijne geboden zijn niet zwaar." Als wij Hem liefhebben, dan zullen wij Hem behagen " beide in wil en werk." Wij moeten Gods heiligen Wil en geboden onderhouden. God in wil te behagen beteekent dat wij Hem liefhebben, en dat wij hebben lief te doen zooals Hij ons gebiedt. Wij zullen niet zijn gelijk de schijnheiligen, die God gehoorzamen in werk maar niet in wil, en de geboden onderhouden om gezien te worden van de menschen : dit zal God niet behagen. Laat ons dan God altoos vragen voor den bijstand van Zijne genade, dat wij Hem mogen liefhebben met een liefdevol, gewillig hart. Onze Heer heeft ons geleerd: " Het eerste van al de geboden is, gij zult den Heer uwen God liefhebben uit geheel uw hart, ... en het tweede aan dit gelijk is, gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven." Dus wordt onze Plicht bevat in ée'n woord, Liefde.

Het Evangelie verhaalt ons de geschiedenis van twee mannen; de één heeft God en zijn naaste liefgehad, de ander heeft noch God noch zijn naaste liefgehad.

" Daar was een zeker rijk mensch." Wat zijn naam was, weten wij niet. De Goede Herder zegt, Hij kent

Sluiten