Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn schapen bij naam. Zoodra wij gedoopt zijn, schrijft Hij onzen naam in het Boek des Levens. Deze mensch heeft niet den Goeden Herder gevolgd. Als wij den Goeden Herder niet volgen maar afdwalen, volgt Hij ons op, en tracht ons terug te brengen; maar als wij weigeren te komen, zal Hij eindelijk onzen naam uitschrapen uit het Boek des Levens. Deze rijk mensch heeft zijn geld besteden op zijn kleeren en kost, " levende allen dag vroolijk en prachtig." Het is niet zonde rijk te wezen. God geeft rijkdom aan sommigen, daarom kan het niet verkeerd wezen. Abraham was rijk, en zoo was Jozef van Arimathea: en deze waren goede menschen. Het is niet zonde geld op kleeren en kost te besteden : want dat geld gaat de werkmannen betalen die de kleeren maken en de kost verkoopen. Maar deze rijke mensch was slecht. Hoe was dit ? Hij was niet, zoover als wij weten, een dronkaard of leugenaar of hoereerder of dief. Neen : maar hij heeft niet Gods geboden zóó onderhouden als om God te behagen; hij had geen liefde : geen liefde voor God Die hem zooveel gegeven had, geen liefde voor zijn naaste.

" Daar was een zeker bedelaar." Wij kennen zijn naam : het was Lazarus. Deze was niet de broeder van Maria en Martha. Lazarus was één van de goede schapen, en de Goede Herder heeft hem bij zijn naam geroepen. De vrienden van Lazarus hebben hem vóór de poort van den rijken mensch gelegd, opdat de rijke hem kon zien als hij zou uitkomen, en hem wat geld of kost geven. Lazarus kon niet werken want hij was ziek en vol zweren. Hij heeft niet begeerd rijk te wezen : al wat hij gevraagd heeft, was de kruimeltjes en brokjes welke niemand noodig had, en welke zouden weggeveegd worden. Maar de rijke heeft geen acht op hem geslagen : niemand heeft notitie van hem genomen: alleen de honden zijn gekomen en hebben zijn zweren gelekt. Maar ofschoon de menschen hebben niet op Lazarus

Sluiten