Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdiensten en tusschenkomst kunnen wij vragen voor hetgeen wij anders niet zouden verkrijgen. Onze Heer is altoos gereed om onze gebeden voor ons op te offeren, en voornaamlijk is Hij gereed in Zijn Huis, en wacht dikwijls aldaar wanneer wij verzuimen in onze plaats te wezen op den bepaalden tijd. En wanneer wij daar komen, hoe traag zijn wij dikwijls in gebed : hoe onbereid, wegens onverschilligheid en onachtzaamheid, om ons deel van harte te nemen in de Dienst.

Keeren wij nu naar het Evangelie. Onze Heer, van den tijd af dat Hij Zijn openbare bediening begonnen had, is rondgegaan goed doende. Hij was gedurig aan de wandel. Menschen hadden Hem overal noodig. Nu was Hij aan de landpalen van Tyrus en Zidon, en dan aan de zee van Galilea. Hij heeft nooit aan Zijn eigen gemak gedacht, maar aan het welzijn van de menschen. " Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd." Hier, aan de zee van Galilea, waren eenige menschen Hem afwachtende. Zij hadden een armen lijder met zich gebracht. Hij was doof, en zijn spraak was zwaar en onduidelijk: en zijn vrienden hebben den Heer gebeden dat Hij hem zou gezond maken. Hier leeren wij iets verder aangaande gebed : het is onze plicht om onze vrienden tot onzen Heer te brengen door hen te vermanen, door ons voorbeeld, en meestal door gebed voor hen. Verscheidene voorbeelden hebben wij, waar onze Heer kranken gezond gemaakt heeft op het gebed van anderen. De bekeering van S. Paulus wordt gedeeltelijks toegekend aan de voorbede van S. Stefanus. In de Litanie en Avondmaalsdienst bidden wij veel voor andere menschen.

Twee dingen moeten wij voor oogen houden wanneer wij de wonderwerken van onzen Heer nagaan : vooreerst, al de kwalen van het lichaam zijn zinnebeeldig van de kwalen van de ziel : en ten tweede, al de middelen van gezondmaking, welke onze Heer gebruikt heeft,

Sluiten