Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij mij Zijn genade schenke dat ik in denzelven moge volharden tot aan het einde van mijn leven."

Van den eersten Zondag na Drieëenheid af, zijn wij geleerd (i) de groote grondbeginselen van onzen Plicht, namelijk, liefde jegens God en menschen : (2) de groote voorrechten welke wij genieten als leden van Christus en erfgenamen van de beloften: (3) de waarde van gebed: (4) wat wij moeten voor bidden, namelijk, genade om God getrouw en welbebagelijk te dienen : (5) dat wij niet alleen zoodanige dienst moeten doen, maar ook dezelve liefhebben. Nu begint de Kerk ons waarschuwen,—wij moeten niet trachten een dubbele dienst te doen, God te dienen en ook de wereld,—en maakt ons indachtig dat wij Gods bewaring noodig hebben. De Kerk als een Lichaam heeft deze bewaring noodig, want zij bestaat uit afzonderlijke menschenzielen, elk zoo zwak, elk zoo genegen tot vallen van den staat van zaligheid waarin zij geplaatst werd. Daarom worden wij van daag geleerd te bidden in de Collect dat wij mogen bewaard worden voor alles wat onzen toestand in gevaar mogt brengen, en geleid worden tot alles wat tot onze veiligheid mogt dienen. In den Zendbrief en het Evangelie worden wij gezegd van sommige van de dingen die zoo gevaarlijk zijn, en gewezen den eenigen weg welke ze zal verhinderen ons te beschadigen, en verteld sommige van de dingen die tot ons voordeel zijn. In den Zendbrief worden wij gewaarschuwd tegen in te geven in zaken aangaande de waarheid : en in het Evangelie tegen gelijkvormig te worden met de beginselen en gebruiken van de wereld. In den Zendbrief gebiedt S. Paulus de Christenen van Galatie, die door valsche leeraars geraden werden Joden te worden om verzoeking te ontvlieden, den regel voor hun leven te nemen van de Kerk. Niets is zoo schadelijk tot de zaligheid en verhinderend tot vooruitgang, als te luisteren

Sluiten