Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in tijd en betrekking met malkaar. Onze Heer wou het geloof van Jairus versterken door hem eerst te laten zien het wonderwerk aan de vrouw gedaan. Hij wou ook het zwakke geloof van de discipelen van Johannes den Dooper versterken, met wie Hij juist in gesprek was. Hij wou ook de Farizeen toonen, die gezegd hadden dat alleen tollenaars en zondaars tot Hem komen, en dat niemand uit de Oversten in Hem gelooft,—Hij wou hen toonen dat Gods kracht rijken zoowel als armen kon overtuigen, en dat daar ten minste ée'n Overste was die in Hem geloofde.

Jairus is tot onzen Heer gekomen, aan Zijn voeten gevallen en Hem aangebeden, want zijn nood was hoog : zijn eenige dochter lag op haar sterven. Hij was niet schroom om den Heer te bekennen als God, en voor al de schare neder te knielen, noch heeft hij het gevaar geacht dat hij van zijn ambt zou afgezet worden, daar

de Joden hadden aireede tesamen een besluit gemaakt zoo iemand Jezus beleed de Christus te zijn, dat dié uit de synagoge zou geworpen worden." Laat dan degenen die begeeren Gods barmhartigheid te bewegen en van de banden van hunne zonden losgemaakt te worden ook het voorbeeld van Jairus volgen.

Onze Heer heeft nooit geweigerd het gebed te hooren van degenen die 111 hun nood zich tot Hem begeven. Hij is opgestaan en Jairus gevolgd. Op weg werd Hij voor een korten tijd tot stilstand gebracht om een ander wonderwerk te doen : ons daardoor leerende dat wij niet verdere gelegenheden tot nuttigheid, welke ons mogen tegenkomen, moeten nalaten omdat wij ernstig opgenomen zijn met de zaak voor handen.

1 j vrou^ twaalf jaren " een ongeneesbare kwaal had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom van Zijn kleed aan." Hier hebben wij een zinnebeeld van den mensch met wien zonde een gewoonte geworden is. Hij begint met de verbeelding van zonde, en vindt

Sluiten