Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze verdiensten zijn. Christus is " de Heer onze Gerechtigheid " : daarom is er geen plaats voor eigengerechtigheid. Christus is onze Gerechtigheid (1) omdat Hij ons Voorbeeld is; Hij is gekomen om te doen wat wij niet kunnen,—" alle gerechtigheid te vervullen " ; (2) omdat Hij onze Recbtvaardigmaking is; door onze vereeniging met Hem ziet God op ons als rechtvaardig J (3) omdat Hij onze Heiligmaking is; door onze vereeniging met Hem verkrijgen wij kracht om rechtvaardig te worden. Dus begint en eindigt het jaar met Christus : Hij is " de Alfa en de Omega, het begin en het einde " van onze zaligheid.

In de Collect bidden wij : " Wek den wil op, smeeken wij U o Heer, van Uw geloovig volk."

Alle gedoopten zijn Gods volk, en " geloovig " als zij standvastig vasthouden het Katholieke Geloof. Maar zij werken niet altoos zoo vlijtig voor hun Heer als zij behooren te doen: hun zin is niet altijd daarnaar. Daarom is het noodig dat hun wil opgewekt wordt. Als wij waarlijk meenen en van plan zijn een ding te doen, dan doen wij het. Waar daar een wil is, daar is daar een weg. Dikwijls achten wij een stuk werk te zwaar, en probeeren niet. Maar zetten wij eens onzen wil daartoe, dan slagen wij daarin. Dus bidden wij God om onzen wil op te wekken. Dit is inderdaad de volmaaktheid van godsdienstigheid,—dat onze wil overeenkomstig is met Gods Wil.

Opdat zij, de vrucht van goede werken overvloediglijk voortbrengende, door U rijkelijk beloond mogen worden; door Jesus Christus onzen Heer. Amen."

Goede werken zijn gelijk vrucht. Wij zijn Gods boomen, geplant in Zijn wijngaard, en Hij verwacht dat wij overvloediglijk vrucht voortbrengen, meer en meer elk jaar. Twee soorten vruchten moeten wij voortbrengen, uitwendig en inwendig. Onze Heer leert ons aangaande de uitwendige vruchten dat zij zijn Vasten,

Sluiten