Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VERVAL VAN HET KAPITALISME

Kapitein Jeróme Becker verhaalt in zijn dagboek over zijne wederwaardigheden in het hartje van Afrika, een zeer merkwaardig onderhoud dat hij eens had met den Bonaparte der provincie Equatoria, zekere Mirammbó, 't is te zeggen, de « lijken maker », het echte type van een negerkoninkje, handelaar in menschen, ivoordief, platbrander van dorpen en zelfs menscheneter bij gelegenheid.

Bij het verhaal der heerlijkheden onzer industrieele beschaving geraakte de wilde gansch in geestdrift. LTij riep uit dat voorzeker in die schoone landen de razzias (strooptochten) onbekend moesten zijn en dat men ongetwijfeld de rijkdommen broederlijk onder elkander verdeelde ?

Netelige vraag voor M. Becker, die verklaart dat hij niet dierf antwoorden, dat hij niet dierf bekennen dat velen onzer « vrije » arbeiders zich gelukkig zouden achten, niet erger behandeld te worden dan de slaven van Tippou-Tib of de onderdanen van den koning Msiri. Ln Afrika, ten minste, zegt hij bondig samengevat, maakt het algemeen recht tot het bebouwen van den grond het ontstaan onmogelijk van het verschrikkelijk proletariaat dat knaagt in den schoot der moderne samenleving (i).

De belgische officieren naar de Congo gezonden om het onderworpen Afrika te beschaven, komen dus tot de gedachte dat de zwarten, levende in een nog onbebouwd land, onveilig gemaakt door de Araben, verwoest door den oorlog tusschen de verschillende stammen, maar niet toegeëigend door eene klasse, onder veel oogpunten in voordeeliger economische voorvaarden leven dan de europeesche werklieden, proletariërs zonder eigendom en zonder krediet.

En die tegenstelling is nochtans moeilijk uit te leggen door te zeggen dat er in onze dichtbevolkte landen te veel monden te voeden zijn, dat er niet genoeg is voor iedereen. Ln eene reeks merkwaardige studiën (2), uitsluitend gegrond op officieële doku-

(1) Le Mouvement gfographique, 1884, blz. 42.

(2) Blad La Révolte : cc De voortbrengselen der aarde. De voortbrengselen der nijverheid ». Parijs, 1888.

Sluiten