Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar de arbeiders zouden deelen in de winst, met de patroons gezamenlijke verdragen zouden opmaken, met hen zouden beraad, slagen in de verzoen- en scheidsraden, zou minstens zooveel gelijken aan een openbaren dienst als aan eene bijzondere onderneming.

Daarenboven moet men rekening houden met de zekere vorderingen van het cooperatief regiem, dat men het spontane (*) collectivisme zou kunnen noemen. De broodnijverheid levert ons hierover in België «en merkwaardig voorbeeld. Wie zou in 1880, toen de Gentsche socialisten Vooruit stichtten met een kapitaal van 3ooo frank, gezegd hebben dat, tien jaar later, een gansch leger samenwerkers zou bestaan in elk nijverheidscentrum ?

Het is alzoo dat er nu te Brussel meer dan 18 duizend leden in het Volkshuis zijn, zonder de leden mede te rekenen van andere niet-socialistische samenwerkende maatschappijen. Hetzij dus meer dan 18 duizend gezinnen, eene bevolking van meer dan 70 duizend verbruikers die in het gezamenlijk bezit zijn van de werktuigen tot vervaardiging van het brood. Wat zal het dan binnen eenige jaren zijn, vermits iedereen — katholieken, socialisten en deze die noch vogel noch visch zijn — medewerkt tot hetzelfde doel : de bakkers die voor eigen rekening werken, onteigenen, ontkapitalen?

Al de strekkingen van de nijverheid der huidige wereld werken mede tot de ontbinding van het kapitalistisch regiem : de coöperatie in de klein-nij verheid; het Staatscollectivism in de groot-nijverheid; de vorderingen van de werkersvereeniging en de nijverheidswetgeving in alle de voortbrengsttakken.

In de verdeeling der maatschappelijke rijkdommen verhoogt het deel van den Staat en van de arbeiders: dus als noodzakelijk gevolg vermindert het deel van het kapitaal; de toenemende invloed van het gemeenschappelijk gebied oefent op den taks der winsten eenen zulken orvermijdelijken en onwederstreef baren invloed uit als de maan op het peil van de zeetijen. Er zullen min of meer schokken, crisissen, schommelingen van ondergeschikt belang zijn, maar het is onvermijdelijk dat het collectivisme zekeren dag de overheerschende macht zal uitmaken.

In dergelijke maatschappij, waarde kapitalen des te moeilijker plaatsing zullen vinden naarmate het privaat domein enger afmetingen zal hebben, is het onbetwistbaar -dat de renteniers, de nietsdoeners, de onnutters het leven lastig zullen hebben.

Daarentegen zal de gemeenschap beschikken over een prachtig

(*) Van zelfs ontstane. (Noot Vertaler.)

Sluiten