Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren moet zijn geweest 90147 personen, 0111 te komen tot bovenbedoelde werkelijke bevolkingsvermeerdering.

De gemiddelde jaarlijksche toeneming der bevolking in de verschillende provinciën was als volgt:

Noordbrabant 1.18

Gelderland 1.21

Zuidholland 1.96

Noordholland 1.35

Zeeland 0.72

Utrecht 1.40

Friesland 0.54

Overijssel 1.38

Groningen 0.90

Drenthe 1.55

Limburg 1.64

Het Rijk 1.38

Boven de gemiddelde toeneming van het Rijk staan dus in afdalende rij : Zuidholland, Limburg, Drenthe en Utrecht, beneden het gemiddelde in opklimmende reeks: Friesland, Zeeland. Groningen, Noordbrabant, Gelderland en Noordholland, terwijl Overijssel even sterk als het Rijk in zijn geheel is toegenomen.

Wat de verdeeling der gemeenten in vier groepen betreft, wordt op het volgende gewezen.

De groep der gemeenten met meer dan 100 000 inwoners heeft in samenstelling geene wijziging ondergaan en blijft dus uit de gemeenten Amsterdam, Rotterdam,'s Gravenhage en Utrecht bestaan. Tot de volgende groep, die van 20 001—100 000 inwoners, zijn gaan behooren, ten gevolge van bevolkingsvermeerdering, Ylaardingen, Alkmaar, Hilversum, Vlissingen, Amersfoort, Hengelo (O) en Emmen, zoodat deze groep, die vroeger uit 20 gemeenten bestond, er thans 27 telt. Boven 5000 zielen zijn gekomen do volgende gemeenten, die in 1899 daar nog beneden bleven: Eindhoven. Oudenbosch. Oud- en Nieuw-Gastel, Rucphen, Stratum, Teteringen, Waalwijk, Zundert, AmbtDoetinchem, Gorssol. Alplien (Z.-H.), Bodegraven. Boskoop. Capelle a/d Ussel, Lisse. Monster, Rijswijk (Z.-H.), Waddinxveen, Aalsmeer, Heemstede. Huizen. Schoten, Watergraafsmeer, Soest, Doniawerstal, Vriezeveen, Bedum, Bellingwolde, Haren, Beilen' Coevorden, Smilde. Bergen (L.), Horst en Tegelen, terwijl Dubbeldam en Hillegersberg, die vroeger tot deze groep behoorden, ten gevolge van grenswijzigingen dier gemeenten thans zijn overgegaan naar de groep van 5000 en minder inwoners.

Sluiten